Hollen of stilstaan

Als kind zat hij bij elke gymles aan de kant. Voetballen met de jongens uit de buurt was er niet bij. Altijd die waarschuwingen van zijn moeder. Goedbedoeld uiteraard. ‘Jongen, niet te hard gaan hoor.’ En ‘Pas je op’ en ‘Rust maar efkes uit’. En dat terwijl hij zo ontzettend graag wilde springen, gymmen, voetballen, fietsen. En vooral rennen. Het mocht niet, zijn hart liet het niet toe. Maar alles is anders nu. Frank loopt hard. Hij heeft al twee marathons en vijf halve marathons op zijn naam staan.

Vroeger
Het is niet fijn om een buitenbeentje te zijn. Langs de kant zitten en niet mee kunnen doen. Jezelf steeds inhouden. Frank had een lekkende hartklep. Daar was hij mee geboren. Onze hartkleppen regelen de bloedstroom door de vier holtes van het hart. De kleppen openen en sluiten zich en zorgen er zo voor dat het bloed in de juiste richting stroomt. Bij Frank sloot al bij de geboorte een klep niet goed. Hierdoor stroomde steeds bloed terug in tegengestelde richting, de boezem in. De wetenschap was 50 jaar geleden nog niet zover. Misschien zou zijn moeder vandaag de dag heel andere adviezen krijgen van de heren doktoren. Had Frank wél mogen spelen, sporten, ravotten en rennen. Voluit mogen leven en bewegen. Maar de tijden waren anders; de kennis nog niet zover als nu.

De ommezwaai
Het advies was zijn hele leven: rustig aan, niet te veel inspanning. Ooit zou de dag komen dat ingrijpen noodzakelijk werd. Zeven jaar geleden kwam die dag. Het bleek het begin van zijn nieuwe leven te zijn. Frank had vakantie met zijn gezin. Hij speelde wat wild met zijn kinderen, acht en tien jaar op dat moment. Gewoon, zoals vaders dat doen met hun kroost. Balletje trappen, zwemmen, partijtje stoeien. Plotseling werd het hem zwart voor de ogen. En hij wist: dit is het moment waarop ik mijn leven lang heb gewacht. En ook heb gehoopt, al klinkt dat raar. Want hij wist wat de volgende stappen zouden zijn: opnieuw naar zijn hartspecialist, heel veel onderzoeken en tenslotte een zware operatie. Hoe dat precies zou verlopen, was uiteraard nog een grote vraag.

Passie
Dus ging Frank naar het ziekenhuis. De conclusie van de arts: nu is inderdaad het moment gekomen dat we gaan opereren. De keuze was tussen een mechanische klep of een biologische klep. Vanwege de houdbaarheid koos hij voor de eerste. Het liefst wou hij maar één keer zo’n zware operatie doormaken. De zware ingreep verliep voorspoedig. Iedereen om hem heen was angstig, maar Frank was alleen maar hoopvol. Hij verlangde naar een ‘nieuw’, actief leven. Na de ingreep volgde de revalidatie. Bij de fysiotherapeut ging hij hard aan de slag. Al snel kwam hij erachter wat zijn favoriete plek was: de loopband. Hij kreeg al snel de smaak te pakken. Soms werd hij letterlijk van het apparaat afgeplukt, dan vond de fysio dat hij te hard van stapel liep. Maar zijn wil was sterk en hij wist: dit is mijn passie, hier wil ik goed in worden.

‘Dat kun jij niet’
Thuis is hij er meteen mee aan de slag gegaan. Het is ook niet zo moeilijk: trek goede renschoenen aan, sportkleding en ga. Tenminste, als je niets mankeert en jong bent. Frank had nog maar net een zware hartoperatie achter de rug én was inmiddels 44 jaar. Maar de wil is een bijzonder fenomeen. Het laat je dingen bereiken die jij nooit voor mogelijk had gehouden. Die de stemmen van anderen (‘Zou je dat wel doen?’, ‘Dat kun jij niet’, ‘Doe toch normaal’) doet verstommen. Dus Frank ging. De eerste keren onzeker, want hij moest opnieuw zijn lichaam leren vertrouwen.  Eén minuut hardlopen, dat was het begin. En dan buiten adem zijn. Maar blij als een kind. Hij hield vol en liep vier jaar geleden zijn eerste halve marathon. Frank heeft een wedstrijdlicentie. Hierdoor kan hij aan officiële wedstrijden meedoen. Want er komt een moment in zijn leven, ooit, dat hij op een podium staat. Zijn hartchirurg zal hij dan als eerste bellen.