De appeltaart van Tante B. lukte niet meer.

Tante B. verloor haar grip op alledaagse dingen

De appeltaart van Tante B. lukte niet meer. Jarenlang was de appeltaart vanzelfsprekend. Of, nou ja, behalve de smaak dan, die was elke keer gewoon fantastisch. Iedereen in de familie, en waarschijnlijk ver daar buiten, was het er over eens: de appeltaart van Tante B. kende zijns of haars gelijke niet: buitenaards.

Of er ook op andere terreinen al signalen waren, weet ik niet meer. Tante B. begon haar appeltaart kritisch te volgen. Tijdens de bereiding ging ze af en toe twijfelen: hoe was het nou toch ook al weer? Hoeveel van dit, en hoeveel van dat, en hoe lang in de oven, en moest het deurtje van de oven nu een stukje open blijven of was dat in haar vorige woning, en zo ja: hoe ver dan?

Van een hobby, een gul geschonken traktatie, werd de appeltaart een probleem, een zorg, een test: kan ik het nog wel, is er iets met me aan de hand, begin ik mijn grip op de dingen te verliezen?

Na enige tijd sneuvelde de appeltaart.

Gaandeweg speelde dit proces zich natuurlijk niet alleen af in de keuken. Haar stofzuiger ging kapot. Ondanks dat de kinderen een zo eenvoudig mogelijk nieuwe uitzochten met maar een enkele bedieningsknop, werd de stofzuiger een probleem. Vervolgens liet het koffiezetapparaat haar in de steek, en die nieuwe generaties: te ingewikkeld. Na lang zoeken werd een broertje of zusje van het oude apparaat gevonden in een recyclewinkel. De koffie was voorlopig gered, en het glaasje port erna dus ook.

Busje komt zo

Troost vond ze bij de dagopvang. Toen de dementieconsulente haar de eerste keer deze suggestie deed, had ze het meteen en totaal verbruid. Was ze eerst nog gekenschetst als een bijzonder aardig mens, dat was nu helemaal voorbij. Wat dacht ze wel: dat Tante B. ’s morgens op straat ging staan vóór het appartementengebouw om voor het oog van alle medebewoners plaats te nemen in het busje en zich af te laten voeren naar een bejaardencrêche? Geen haar op haar hoofd …! Ze hield van slogans. Herinneringen ophalen sloot ze vaak af met 'dat waren andere tijden, terug naar de onze'. Maar 'busje komt zo' kon in haar ogen geen genade vinden.

Hoe ze uiteindelijk toch richting dagopvang is gemasseerd, weet ik eigenlijk niet precies. Ik geloof dat ze een keer aan de arm van haar dochter is binnengelopen, en dat ze toen vanwege de goede sfeer bijna meteen omsloeg als een blad aan een boom. Voorheen altijd wat in zichzelf gekeerd, vond ze nu al heel snel enkele dames waarmee ze bevriend raakte, die haar belangstellingen deelden en haar hielpen bij het creëren van allerlei misbaksels waarmee de feestdagen of het passeren van de seizoenen werden gevierd. Het feit dat ze allemaal in hetzelfde schuitje zaten, leverde toch een vorm van troost op. Ze was niet langer alleen op dat enge pad het donkere bos in.

Een lang lijden en verlies van decorum zijn haar bespaard gebleven, en dood is ze maar een beetje. Ze leeft nog altijd voort in onze harten en hoofden, omwolkt door de geur van verrukkelijke appeltaart.

 

(Via www.brabantseproeftuindementie.nl)